Medische Encyclopedie – Apotheek Berghem – Berghem

Apotheek Berghem

Molenweg 2a 5351EV Berghem Tel:0412-401751

Medische Encyclopedie

Inhoud

pomalidomide

Pamolidomide wijzigt de afweerreactie van het lichaam.

Artsen schrijven het voor bij een type kanker, namelijk multipel myeloom (de ziekte van Kahler).

Wat doet pomalidomide en waarbij gebruik ik het?

Kanker

De ziekte van Kahler wordt ook wel multipel myeloom genoemd en is een kanker van het beenmerg. In het beenmerg worden de bloedcellen aangemaakt en aan het bloed afgegeven. Bij de ziekte van Kahler vermenigvuldigen bloedcellen uit het beenmerg zich zomaar, waardoor ze de aanmaak van andere, gezonde, bloedcellen tegenwerken. Een tekort aan deze gezonde bloedcellen zorgt voor een verminderde afweer tegen infecties, bloedarmoede en geeft meer kans op bloedingen. Bovendien nestelen deze kwaadaardige bloedcellen zich in de botten en tasten daar het botweefsel aan.

Verschijnselen
Klachten van mensen met de ziekte van Kahler zijn botpijn in rug, ribben, nek of bekken en botbreuken, extreme vermoeidheid, neusbloedingen, bloedend tandvlees of blauwe plekken. Verder ontstaan door de verminderde afweer sneller infecties.

Behandeling
Afhankelijk van het stadium van de ziekte en de individuele omstandigheden, bestaat de behandeling uit chemotherapie, bestraling of stamceltransplantatie. Verder is de behandeling erop gericht pijn, botontkalking, infecties en bloedarmoede te behandelen en te voorkomen.

Artsen schrijven pomalidomide voor bij de ziekte van Kahler als er eerder 2 andere behandelingen zijn gegeven die niet effectief waren. Pomalidomide wordt dan altijd gecombineerd met het bijnierschorshormoon dexamethason. 

Werking
Pomalidomide stimuleert het afweersysteem om kankercellen aan te vallen, remt de groei van de verkeerde beenmergcellen, en remt ook de aanleg van bloedvaten naar de kankercellen toe. Hierdoor duurt het langer voor de kankercellen weer verder groeien.

Lees meer over kanker . “

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Regelmatig (bij meer dan 30 op de 100 mensen)

  • Te weinig witte en rode bloedcellen en bloedplaatjes in het bloed. Door te weinig witte bloedcellen is uw lichaamseigen afweer verminderd. U merkt dit aan vaker infecties, zoals verkoudheid, bronchitis, longontsteking, blaasontsteking of huidinfecties. Of aan keelpijn, koorts en blaren in de mond. Krijgt u koorts of verschijnselen van een infectie, zoals benauwdheid, kortademigheid en hoesten? Raadpleeg dan altijd meteen uw arts.
    Te weinig rode bloedcellen merkt u aan extreme vermoeidheid en een bleke huid.
    Te weinig bloedplaatjes merkt u aan bloedingen, zoals bloedneuzen, kleine rode vlekjes in de huid, snel blauwe plekken en bloed in de urine.

    Neem bij deze verschijnselen contact op met uw arts. Uw arts zal uw bloed regelmatig laten controleren. Soms moet u tijdelijk met de behandeling stoppen tot het aantal bloedcellen weer voldoende is.

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Maagdarmklachten, zoals verstopping, diarree, misselijkheid en weinig eetlust.

    Bij misselijkheid kan het helpen het medicijn met wat voedsel in te nemen.
    Zelden buikpijn, braken of bloeding in maag of darmen. Dit merkt u aan bloederige diarree, een zwarte, teerachtige ontlasting of braken van bloed. Waarschuw dan meteen een arts.

  • Vermoeidheid

  • Rugpijn

  • Hoesten, zere keel, kortademigheid en benauwdheid.

    Zelden luchtweginfecties. Raadpleeg bij deze klachten uw arts.

  • Zenuwproblemen. U merkt dit aan spiertrekkingen, trillen of een doof gevoel in voeten of handen, tintelingen in benen en armen.

    Raadpleeg dan uw arts. Door tijdig te stoppen met het gebruik van pomalidomide, verdwijnen de klachten meestal weer. Dit kan wel meerdere maanden duren. Het is belangrijk als de zenuwbeschadiging ontstaat, deze op te sporen door een regelmatig zenuwonderzoek. Door op tijd te stoppen, is de kans groter dat de zenuwbeschadiging weer herstelt.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Verwardheid, sufheid en duizeligheid of duizelingen.

  • Slapeloosheid

  • Smaakstoornissen

  • Droge mond.

  • Zwak gevoel.

  • Pijn in het bekken of de botten.

  • Huiduitslag, jeuk of galbulten.

  • Huidtumoren. Raadpleeg uw arts, als u ongewone vlekken of bultjes op uw huid bemerkt.

  • Trombose. Dit kunt u herkennen aan een dikke, harde, rode en pijnlijke plek op het been, soms aan pijn in de kuit en een zwaar gevoel in het been, zelden aan plotseling optredende kortademigheid, soms met pijn of het ophoesten van bloed.

    Waarschuw in deze gevallen onmiddellijk een arts of ga meteen naar de Eerste-Hulpdienst.

  • Longembolie. Dit merkt u aan snel en oppervlakkig ademhalen, benauwdheid en pijn op de borst.

    Waarschuw onmiddellijk een arts.

  • Dikke voeten, enkels en onderbenen door vasthouden van vocht.

    Dat kan komen door hartfalen (zie hierna). Overleg met uw arts als u hier last van heeft.

  • Hartproblemen, zoals hartfalen, hartritmestoornissen of een hartinfarct. Overleg met uw arts als u last krijgt van opgezwollen enkels, benauwdheid en vermoeidheid. Hartritmestoornissen merkt u soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Overleg dan met uw arts.
    Een hartinfarct merkt u aan hevig drukkende of snoerende pijn op de borst. Soms straalt de pijn uit naar de linkerarm of naar de kaken. Vaak bent u misselijk, en zweterig en klam. Waarschuw onmiddellijk een arts.

  • Veranderingen in de hoeveelheid mineralen in uw bloed. Raadpleeg uw arts als u pijn op de borst krijgt of vocht vasthoudt.

    Dit verhoogt uw kans op hartvaatproblemen. Uw arts zal uw bloed regelmatig controleren.

  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit kan zich uiten in blaarvorming op de huid, in de mond of op de geslachtsdelen, zwelling in het gezicht, koorts of koude rillingen. Ook kunt u reageren met zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel, waarbij u erg benauwd kan worden.

    Als deze verschijnselen ontstaan, moet u onmiddellijk een arts opzoeken of naar de Eerste-Hulpdienst gaan.
    U mag dit soort medicijnen in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor pomalidomide. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

  • Staar (een blijvende vertroebeling van de ooglens: cataract). Neem contact op met uw arts als u slechter, wazig of dubbel ziet.

  • In zeer zeldzame gevallen kan een ernstige huidaandoening ontstaan met blaarvorming. De blaren ontstaan met name op de lippen en op de slijmvliezen van de mond en geslachtsdelen. Of u krijgt een ernstige huidaandoening met koorts, zwelling van de lymfeklieren en bloedafwijkingen.

    Neem direct contact op met uw arts als u dit merkt.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Beroerte. Dit merkt u aan plotselinge klachten, zoals verlammingen in het gezicht (scheve mond bijvoorbeeld), verward spreken en denken, verlammingen aan arm of been, uitval van delen van het gezichtsveld en tintelingen.

    Waarschuw onmiddellijk een arts.

  • Leveraandoeningen. U kunt dit merken aan een gevoelige, opgezwollen buik, jeuk over het hele lichaam of een gele kleur van het oogwit of van de huid.

    Waarschuw dan een arts. Zeer zelden kan de leveraandoening het gevolg zijn van het opvlammen van een hepatitis-B-virusinfectie. Het eerste halfjaar zal uw arts uw leverwerking regelmatig controleren.

  • Verminderde werking van de nieren.

    Waarschuw uw arts als u minder plast of benauwd wordt.

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Mag ik pomalidomide gebruiken met andere medicijnen?

Dit middel heeft wisselwerkingen met andere medicijnen.
In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden zijn de volgende.

  • Oestrogeenhormonen, zoals in de gewone anticonceptiepil en speciale middelen bij overgangsklachten. Oestrogeenhormonen kunnen de kans op trombose verhogen, net als pomalidomide. Daarom mag u geen oestrogeenhormonen gebruiken als u pomalidomide gebruikt. Omdat oestrogeenhormonen in veel anticonceptiepillen zijn verwerkt, mag u ook veel soorten anticonceptiepillen niet gebruiken. Een goede anticonceptie is echter wel belangrijk als u dit medicijn gebruikt. De specialist zal u daar uitleg over geven voordat u aan dit medicijn begint.
  • Vaccins, zoals bof-mazelen-rodehondvaccin (BMR), gelekoortsvaccin, rotavirusvaccin en BCG-vaccin. Pomalidomide vermindert de werkzaamheid van deze vaccins en kan de kans op bijwerkingen ervan verhogen. Gebruik deze vaccins NIET. Overleg hierover met uw arts.
    Andere vaccins, zoals influenzavaccin, tetanusvaccin en vaccin tegen baarmoederhalskanker, werken minder goed door pomalidomide. Overleg met uw arts. Soms kan in uw bloed onderzocht worden of het vaccin goed heeft gewerkt. Soms zal uw arts voorstellen een extra vaccinatie te geven.
  • De antistollingsmiddelen acenocoumarol en fenprocoumon. Pomalidomide kan de werking hiervan beïnvloeden. Licht de trombosedienst daarom in als u pomalidomide gaat gebruiken, als de dosering verandert of als u stopt met pomalidomide.

Het is belangrijk dat uw arts weet welke medicijnen u nog meer gebruikt. Neem daarom uw medicatieoverzicht mee als u naar het ziekenhuis gaat. Dit is een overzicht waarop staat welke medicijnen u gebruikt, maar ook of u bijvoorbeeld allergisch bent voor bepaalde medicijnen. U kunt dit overzicht bij uw eigen apotheek opvragen. Krijgt u in het ziekenhuis nieuwe medicijnen, of verandert er iets aan uw medicijngebruik? Geef dit dan ook weer door aan uw eigen apotheek. Dan blijft uw medicatieoverzicht actueel.

Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?

autorijden?
Het kan gevaarlijk zijn aan het verkeer deel te nemen als u dit medicijn gebruikt. Dit komt door bijwerkingen, zoals vermoeidheid, sufheid, verwardheid en duizeligheid. U mag steeds de eerste paar dagen dat u dit medicijn (weer) gebruikt niet autorijden.
Na een paar dagen zijn de meeste mensen voldoende gewend geraakt aan de effecten. U mag dan weer autorijden. Maar doe dat alleen als u geen last meer heeft van de bijwerkingen.

Let op: als u kanker heeft, kan dat ook een reden zijn dat u niet mag autorijden. Overleg met uw arts of dat bij u het geval is. Wilt u meer informatie over autorijden bij bepaalde aandoeningen? Kijk dan op de website van het CBR.

Voor meer algemene informatie kunt u het thema 'Medicijnen in het verkeer' lezen. In dit thema leest u bijvoorbeeld wat de wet zegt over medicijnen in het verkeer. Ook vindt u adviezen waarmee u rekening moet houden als u wel (weer) mag autorijden.

alles eten en alcohol drinken?
Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.

Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?

Zwangerschap
U mag dit medicijn NIET gebruiken tijdens de zwangerschap of als u binnenkort zwanger wilt worden. Dit medicijn is namelijk schadelijk voor de ongeboren baby. Vrouwen moeten voor gebruik zeker weten dat ze niet zwanger zijn. Bent u een vrouw in de vruchtbare leeftijd? Dan gelden er bepaalde regels, voordat u dit medicijn mag innemen.

  • U mag alleen met de behandeling beginnen als u minimaal 4 weken anticonceptie heeft gebruikt en daarna een zwangerschapstest heeft gedaan, waaruit blijkt dat u niet zwanger bent.
  • De arts zal in de 3 dagen voor aanvang van de behandeling deze zwangerschapstest bij u uitvoeren.
  • De arts zal vervolgens elke maand een zwangerschapstest bij u uitvoeren.
  • Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd zal de arts elke keer een recept schrijven voor maximaal 1 maand. Voor elke maand heeft u een nieuw recept nodig.
  • U moet het recept steeds binnen 7 dagen inleveren in de apotheek. Daarna is het niet geldig meer.
  • U moet een instemmingsverklaring ondertekenen, waarin u bevestigt dat u op de hoogte bent van de ernstige bijwerking op de ongeboren baby en dat u de patiëntenbrochure heeft ontvangen en gelezen.
  • U moet betrouwbare anticonceptie gebruiken tijdens het gebruik van pomalidomide en tot en met een maand na stoppen van pomalidomide. Dat kan bijvoorbeeld met een implantatiestaafje, de prikpil, de minipil (dit is een anticonceptiepil met alleen een progestageen) of een spiraaltje met levonorgestrel. Een spiraaltje moet wel al ruim vóór u met pomalidomide begint zijn ingebracht, omdat pomalidomide de kans vergroot dat de ingreep een infectie veroorzaakt. De 'gewone' pil of een koperhoudend spiraaltje zijn niet geschikt voor vrouwen die pomalidomide gebruiken. De 'gewone' pil (combinatiepil) bevat onder andere oestrogeenhormoon, waardoor de kans op trombose door pomalidomide groter is. Een koperhoudend spiraaltje geeft extra veel bloedverlies tijdens de menstruatie. Dat verergert de bijwerkingen van pomalidomide op het bloed. Overleg met uw arts welke anticonceptie goed is voor u.
  • Denkt u dat u toch zwanger bent of bent geworden? Stop dan meteen met het gebruik van pomalidomide. Neem direct contact op met uw arts.

Borstvoeding
Gebruik dit medicijn NIET als u borstvoeding geeft of stop de borstvoeding. Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk terechtkomt. Als het in de moedermelk komt, kan het ernstige bijwerkingen bij de baby geven.

Hoe gebruik ik dit medicijn?

Kijk voor de juiste dosering altijd op het etiket van de apotheek. Lees ook de speciale Patiëntenbrochure.

Hoe?
De capsules heel doorslikken met een half glas water. Niet op kauwen of openmaken.

Wanneer?
Neem dit medicijn altijd op ongeveer hetzelfde tijdstip van de dag in. Als u last van misselijkheid heeft, kunt u het beste eerst wat eten voordat u de capsules inneemt.

Hoe lang?
U gebruikt dit medicijn meestal in de vorm van een kuur samen met het medicijn dexamethason. Van elke cyclus van 4 weken gebruikt u pomalidomide gedurende de eerste 3 weken, waarna een week pauze volgt. Dexamethason gebruikt u volgens een apart schema op bepaalde dagen; de specialist zal u dit uitleggen.

Het aantal kuren dat nodig is, is afhankelijk van de ziekte en kan enkele jaren bedragen.

Terug naar overzicht